De COVID-19-pandemie heeft zwakheden in ons model voor stedelijke ontwikkeling blootgelegd. De afgelopen vijf decennia heeft onze focus op het aantrekkelijk maken van steden voor de wereldmarkt de kernprincipes van het creëren van veilige en koesterende habitats voor bewoners overschaduwd. Om welzijn en gezondheid prioriteit te geven, moet stadsplanning milieu- en sociale factoren opnemen, wat een diverse vaardighedenset onder professionals vereist.
Tijdens het begin van de 21e eeuw zorgden economische crises ervoor dat Europese steden prioriteit gaven aan economische reacties, zelfs als dat betekende dat het sociale vangnet verzwakte en de ongelijkheid toenam. Middelen werden vooral ingezet om de economische concurrentiekracht te vergroten in plaats van de leefbaarheid te verbeteren.
De verschuiving van “Duurzame Ontwikkeling” naar “Veerkracht” door de Verenigde Naties in 2005 bracht een nieuwe focus. Veerkracht, zoals algemeen begrepen, concentreert zich echter vaak op risicomanagement en rampenbestrijding in plaats van op aanpassing aan een steeds dynamischere en onvoorspelbaardere realiteit.
Milieuvervuiling, een belangrijke bedreiging in 2020, kreeg minder aandacht dan de pandemie, ondanks dat het al meer dan een decennium een hardnekkig probleem is. Dit onderstreept de noodzaak voor steden om zich aan te passen aan een onvoorspelbaardere en minder voorspelbare omgeving.
Het creëren van veerkrachtige steden is fundamenteel afhankelijk van gezonde gemeenschappen. De definitie van gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie als volledig fysiek, mentaal en sociaal welzijn onderstreept het belang van de omgeving bij het koesteren van gezonde gemeenschappen. Stadsplanning speelt een cruciale rol bij het vormgeven van de stedelijke omgeving, wat een positieve of negatieve impact kan hebben op de levensstijl van bewoners.
Stedelijke omgevingen kunnen ongezond gedrag aanmoedigen, zoals een sedentaire levensstijl en een te grote afhankelijkheid van voertuigen op fossiele brandstoffen, wat leidt tot problemen zoals obesitas en hart- en vaatziekten. Bovendien kunnen deze omgevingen lucht- en geluidsvervuiling veroorzaken, wat resulteert in gezondheidsproblemen en sociaal isolement. Obesitas trof bijvoorbeeld meer dan de helft van de Europese bevolking in 2014 en luchtvervuiling veroorzaakte miljoenen doden in 2018.
Stadsplanning is historisch gezien gericht op infectieziekten, maar moet zich aanpassen om moderne stedelijke gezondheidsuitdagingen aan te pakken. Dit vereist een verschuiving naar mensgerichte stedelijke beleidsmaatregelen die de nadruk leggen op nabijheid, planning op buurtniveau en welzijn. Professionals met uiteenlopende vaardigheden, waaronder ecologie, gezondheid, sociale en territoriale cohesie en genderbewustzijn, zijn nodig om stadsplanning opnieuw vorm te geven.
De COVID-19-crisis heeft de noodzaak van een transformatie in teams voor stadsplanning benadrukt. Multidisciplinaire teams, waaronder gezondheidswerkers, stedelijke antropologen en datamanagers, zouden traditionele, gespecialiseerde teams moeten vervangen. Het plannen van steden in de 21e eeuw vereist een holistischere benadering die prioriteit geeft aan het algemeen belang en het welzijn van inwoners.